1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden
omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht.
Deze verordening verstaat onder:
de wet: Wet werk en bijstand;
woningdeler:
de alleenstaande of de alleenstaande met zijn inkomensafhankelijke kinderen of de
alleenstaande ouder met zijn inkomensafhankelijke kinderen in wiens woning ook
een ander zijn hoofdverblijf heeft;
c.het inkomensafhankelijke kind:
het ten laste komende kind, alsmede kinderen van 18 jaar en ouder met een inkomen lager dan € 750,00 per maand
d.verzorgingsbehoeftige:
degene die zonder verzorging zou zijn aangewezen op opname in een instelling ter verzorging of verpleging;
e.woning:
een woning, een woonwagen en een woonschip;
woonlasten:
indien woonruimte wordt gehuurd: de kale huurprijs per maand en de kosten van
water, gas, elektriciteit en de kabelaansluiting per maand minus huurtoeslag of een bijzondere bijstandstoeslag voor woonkosten per maand;
indien een eigen woning wordt bewoond: de tot een bedrag per maand
omgerekende som van de hypotheekrente, de kosten van verzekering en belasting
die zijn verbonden aan de woning en de kosten per maand van water, gas,
elektriciteit en de kabelaansluiting minus een bijzondere bijstandstoeslag voor
woonkosten per maand;
indien een woning van een vereniging wordt bewoond: het lidmaatschapsgeld per
maand dat betrekking heeft op de kosten genoemd onder sub 1 indien de
vereniging de woning verhuurt en onder sub 2 indien de vereniging de woning in
eigendom heeft;
minimumloon:
het netto minimumloon per maand zoals bedoeld in artikel 37 van de wet.