Voor de alleenstaande, de alleenstaande (ouder) met zijn inkomensafhankelijke kinderen in wiens woning geen ander, niet zijnde onderhuurder of kostganger zijn hoofdverblijf heeft, wordt de norm verhoogd met een toeslag, die is bepaald op het in artikel 25 tweede lid van de wet genoemde maximumbedrag van 20 procent van het minimumloon.