**1..** De burgemeester weigert de vergunning, bedoeld in artikel 2.3.1.6, indien:
a: de vestiging of de exploitatie van de inrichting in strijd is met een geldend bestemmingsplan, een in procedure zijnd plan, stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;
b: de inrichting niet voldoet aan de door de burgemeester vastgestelde inrichtingseisen;
c: gelegen is buiten een door de burgemeester aangewezen gebied;
d: een op de aanvraag vermelde exploitant - indien een rechtspersoon: de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijke perso(o)n(en)- of beheerder jonger is dan 21 jaar.
**2..** De burgemeester kan de vergunning, bedoeld in artikel 2.3.1.6, geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar diens oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving van de inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de inrichting.
**3..** Bij de toepassing van de in het tweede lid genoemde weigeringgrond houdt de burgemeester rekening met:
a: het karakter van de straat en de wijk, waarin de inrichting is gelegen of zal zijn gelegen;
b: de aard van de inrichting;
c: de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van de inrichting;
d: de concentratie van inrichtingen in een bepaald gebied;
e: de wijze van bedrijfsvoering van de exploitant of beheerder van de inrichting in deze of andere inrichtingen;
f: de wijze van exploitatie van de inrichting in het verleden, voor zover de exploitant en beheerder onveranderd is gebleven.
**4..** De vergunning kan worden geweigerd indien de exploitant of de beheerder in de periode van 3 jaar voorafgaand aan het indienen van de aanvraag een inrichting heeft geëxploiteerd die op grond van verstoring van de openbare orde gesloten is geweest.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 1
Artikel 2.3.1.8
Weigeringgronden exploitatievergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening