Onverminderd het bepaalde in artikel 30f, eerste en tweede lid van de Wet en artikel 1.11, eerste lid van deze verordening, kan de burgemeester de vergunning intrekken:
indien de omstandigheden of inzichten op grond waarvan de vergunning is afgegeven zodanig zijn gewijzigd dat een situatie is ontstaan als bedoeld in artikel 2.3.3.5, onder e;
indien de exploitatie van een speelautomatenhal voor een periode van langer dan zes maanden wordt onderbroken.
Hoofdstuk 2 › Afdeling 3 › Paragraaf 3
Artikel 2.3.3.7
Intrekking vergunning
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening