Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Afdeling 8

Artikel 2.8.1

Cameratoezicht op openbare plaatsen

Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening

1.. De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare plaats. 2.. De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere voor een ieder toegankelijke plaatsen: a.. parkeerterreinen; b.. overige plaatsen die vanwege het doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare plaats uit artikel 1 van de Wet openbare manifestaties (Wom) vallen; 3.. Na afloop van de in het eerste lid bepaalde duur worden cameraprojecten geëvalueerd. De burgemeester betrekt de gemeenteraad bij evaluatie van cameraprojecten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel