Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

Artikel 10

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van riolheffing 2014

De rioolheffing moet zijn betaald uiterlijk op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld. In afwijking van het eerste lid kan een aanslag in acht gelijke termijnen worden betaald, indien aan de navolgende voorwaarden is voldaan: de aanslag is opgelegd in het belastingjaar waarop de aanslag betrekking heeft; het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen en andere heffingen moet niet meer zijn dan € 5.000,00; de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Rechtspraak bij dit artikel