De rioolheffing moet zijn betaald uiterlijk op de laatste dag
van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het
aanslagbiljet is gesteld.
In afwijking van het eerste lid kan een aanslag in acht gelijke
termijnen worden betaald, indien aan de navolgende voorwaarden
is voldaan:
de aanslag is opgelegd in het belastingjaar waarop de
aanslag betrekking heeft;
het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde
aanslagen en andere heffingen moet niet meer zijn dan €
5.000,00;
de verschuldigde bedragen moeten door middel van
automatische betalingsincasso van de betaalrekening van
de belastingplichtige kunnen worden afgeschreven.
De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de
maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van
de volgende termijnen telkens een maand later.
3.De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande
leden gestelde termijnen.
Hoofdstuk
Artikel 10
Artikel 10
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van riolheffing 2014