1 De aanslagen moeten worden betaald uiterlijk op de laatste dag van de
maand volgende op die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is
gesteld.
2 In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in acht gelijke
termijnen worden betaald, indien aan het navolgende wordt voldaan:
a De aanslagen zijn binnen veertien dagen na de dag tekening van het
aanslagbiljet aangemeld voor de automatische betalingsincasso;
b het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen
belastingen op roerende woon- of bedrijfsruimten of andere heffingen
moet niet meer zijn dan € 5.000,00;
c de verschuldigde bedragen moeten door middel van automatische
betalingsincasso van de betaalrekening van de belastingschuldige kunnen
worden afgeschreven.
De eerste termijn vervalt dan op de laatste dag van de maand volgende op
die waarin de dagtekening van het aanslagbiljet is gesteld en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
Hoofdstuk
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2014