Naar hoofdinhoud
1.. In het kader van cliëntenparticipatie vraagt het college van burgemeester en wethouders de RvMO tijdig om advies. De RvMO is daarnaast gerechtigd om ongevraagd advies uit te brengen. 2.. Het college van burgemeester en wethoudersvraagt de RvMO in ieder geval advies over: het vierjaarlijks op te stellen beleidsplan WMO; vaststelling en wijziging van de verordeningen die ter uitvoering van dit plan worden opgesteld; de wijze waarop de kwaliteit van maatschappelijke ondersteuning gewaarborgd wordt; de wijze waarop cliënten keuzevrijheid wordt geboden; het inkoopbeleid van de gemeente voor zover betrekking hebbende op de WMO; de prestatievelden van de WMO; het vermelde in artikel 3.1 en 3.2. 3.. Het advies wordt op een zodanig tijdstip gevraagd dat het van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Het advies van de RvMO wordt met het advies van burgemeester en wethouders aan de gemeenteraad gezonden. De RvMO ontvangt gelijktijdig een afschrift van de aan de gemeenteraad gezonden stukken. 4.. Indien burgemeester en wethouders in een voorstel aan de gemeenteraad afwijken van het advies van de RvMO, wordt dit gemotiveerd bij dit voorstel vermeld. 5.. De adviezen van de RvMO zijn openbaar en via de gemeentelijke website te raadplegen. 6.. Tussen de portefeuillehouder WMO en de RvMO vindt minimaal twee maal per jaar overleg plaats, waarvoor beide partijen onderwerpen kunnen agenderen. Indien één van de partijen een extra overleg wenst, dan wordt dit verzoek zo mogelijk op korte termijn ingewilligd. Het overleg vindt plaats onder wisselend voorzitterschap van de RvMO en de wethouder. 7.. Het college van burgemeester en wethouders wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de RvMO.Tussen de contactambtenaar en (vertegenwoordigers van) de RvMO vindt periodiek, doch tenminste vier maalper jaar overleg plaats. Indien één van de partijen een extra overleg wenst, dan wordt dit verzoek zo mogelijk op korte termijn ingewilligd. 8.. Van overleg en afspraken met de RvMO doet het college van burgemeester en wethoudersbinnen maximaal drie wekenschriftelijke verslag (in concept) aan de RvMO. Het college geeft binnen maximaal zes weken schriftelijk aan wat met de adviezen is of zal worden gedaan. 9.. Het college van burgemeester en wethouders voorziet de RvMO zo mogelijk van de informatie ten behoeve van het naar behoren kunnen functioneren van de RvMO. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen en om ontwikkelingen en wijzigingen te kunnen volgen. 10.. De RvMO maakt aan het eind van elk kalenderjaar een werkplan en begroting op voor het komende jaar en stelt aan het begin van elk kalenderjaar een beknopt verslag samen over dewerkzaamheden van het afgelopen jaar, alsmede een financieel verslag over dat jaar. De verslagen en het werkplan worden toegezonden aan het college van burgemeester en wethouders en aan de gemeenteraad.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel