In deze verordening wordt verstaan onder:
wet : de Huisvestingswet;
besluit : het Huisvestingsbesluit;
woningzoekende : het huishouden dat in het register als bedoeld in artikel 2.2.1 isingeschreven;
huishouden : een alleenstaande, dan wel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan voeren;
woonruimte : het daaromtrent in artikel 1, eerste lid, onder b, en in artikel 1, derde lid, onder a en b, van de wet bepaalde;
zelfstandige woonruimte : woonruimte met een eigen toegang die door een huishouden kan worden bewoond, zonder dat het huishouden daarbij afhankelijk is van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;
kamer : een afzonderlijke ruimte in een woonruimte geschikt voor woon- en/of slaapruimte;
inwoning : het bewonen van een woonruimte die onderdeel uitmaakt van een woonruimte die door een ander huishouden in gebruik is genomen;
standplaats : een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, andere instellingen of van gemeenten kunnen worden aangesloten;
woonwagen : voor bewoning bestemd gebouw, dat is geplaatst op een standplaats en dat in zijn geheel of in delen kan worden verplaatst;
ligplaats : plaats in het water, bestemd of aangewezen om door een woonschip bij verblijf te worden ingenomen;
woonschip : schip dat uitsluitend of in hoofdzaak gebezigd wordt of bestemd is voor bewoning;
huisvestingsvergunning : de vergunning bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de wet;
ingezetene : degene die is opgenomen in het bevolkingsregister van de gemeente en feitelijk in de gemeente hoofdverblijf heeft in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte;
economische binding : de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon met het oog op de voorziening in het bestaan - een redelijk belang heeft zich in de regio te vestigen; een economische binding wordt in elk geval aangenomen ten aanzien van die personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam verrichten van arbeid binnen of vanuit de regio gedurende tenminste 18 uur per week;
maatschappelijke binding : de binding van een persoon aan het ROA-gebied daarin gelegen dat die persoon een redelijk met de regionale samenleving verband houdend belang heeft zich in dit gebied te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van:
personen die tenminste 2 jaar onafgebroken ingezetene zijn van een van de gemeenten in het ROA-gebied, dan wel gedurende de voorafgaande 10 jaar tenminste 6 jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van een van de gemeenten in de regio;
voor het vertrek naar het buitenland laatstelijk gedurende 2 jaar in een van de gemeenten in de regio woonachtig is geweest;
huurprijs : de prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een bedrag per maand, dan wel, indien het betreft een standplaats of een ligplaats, het bedrag dat is verschuldigd voor het innemen van de stand-, onderscheidenlijk ligplaats, uitgedrukt in een bedrag per maand;
huurprijsgrens : het bedrag gelijk aan het bedrag, genoemd in artikel 13, eerste lid, onder a, van de Huursubsidiewet;
koopprijs : de prijs die voor de enkele koop van een woonruimte daadwerkelijk is of zal worden betaald;
koopprijsgrens : het daaromtrent in artikel 6, derde lid, onder a, van de wet bepaalde;
inkomen : het daaromtrent in de artikelen 7, juncto artikel 8, derde en vierde lid, van het besluit bepaalde;
eigenaar : het daaromtrent in artikel 1, tweede lid, van de wet bepaalde;
doorstromer : een woningzoekende, die aantoonbaar/daadwerkelijk een zelfstandige woning leeg achterlaat in de regio, ongeacht het onderscheid huur/koop, particuliere/sociale huurwoning, huurhoogte of gebied;
starter : een woningzoekende die niet als doorstromer kan worden aangemerkt;
bereidverklaring: de schriftelijke verklaring van de eigenaar, dat hij bereid is de woonruimte aan de aanvrager van de huisvestingsvergunning in gebruik te geven;
woningruil : het door twee of meer huishoudens wederkerig in gebruik nemen van elkaars zelfstandige woonruimte met het oogmerk van daadwerkelijke permanente woonruimte;
leegstaan : het niet of niet krachtens een zakelijk of persoonlijk recht in gebruik zijn, alsmede een gebruik dat de kennelijke bedoeling heeft afbreuk te doen aan de strekking van de wet;
onttrekkings vergunning : de vergunning als bedoeld in artikel 30, eerste lid, van de wet;
onttrekking van woonruimte : het aan de bestemming tot bewoning onttrekken, of voor een zodanig gedeelte aan die bestemming onttrekken, dat die woonruimte daardoor niet langer geschikt is voor bewoning door eenzelfde huishouden van dezelfde omvang, als waarvoor deze zonder zodanige onttrekking geschikt is;
omzetting van woonruimte : het omzetten van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte;
samenvoeging van woonruimte : het samenvoegen van twee of meer zelfstandige woonruimten;
gemeente : de gemeente Uithoorn;
regio : de groep gemeenten, gelegen in het gebied van het Regionaal Orgaan Amsterdam;
subregio : het gebied gevormd door de gemeenten Haarlemmermeer, Aalsmeer en Uithoorn;
SWU : Stichting Woningbedrijf Uithoorn;