Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk › Paragraaf

Artikel 2.4.3

Wijziging en intrekking

Onderdeel van Huisvestingsverordening 1999

Bij gewijzigde omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders, al dan niet op verzoek van de woningzoekende, besluiten de inhoud van de afgegeven urgentieverklaring te wijzigen. Dit wordt ter kennis van de woningzoekende gebracht door middel van een gewijzigde urgentieverklaring. Hierbij kunnen burgemeester en wethouders de in artikel 2.4.2, onder 2 bedoelde indicatieve termijn verlengen. Burgemeester en wethouders kunnen de urgentieverklaring intrekken, indien: een huisvestingsvergunning is verleend; een passend woningaanbod door de urgentverklaarde niet of niet voldoende gemotiveerd is geweigerd; niet meer wordt voldaan aan de vereisten voor het verkrijgen van de urgentieverklaring; de urgentieverklaring is verstrekt op grond van gegevens, waarvan de woningzoekende wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel