Naar hoofdinhoud
1.. Van het kadegeld dat ineens wordt betaald voor een termijn van een seizoen of een jaar wordt, indien het gebruik is geëindigd vóór het verstrijken van de termijn, op aanvraag van de belastingplichtige, restitutie verleend voor zoveel twaalfden van het betaalde bedrag als er in dat seizoen of in dat jaar na de beëindiging van het gebruik nog volle kalendermaanden overblijven. 2.. Indien een vaartuig wordt vervangen door een ander vaartuig, wordt voor het vervangen vaartuig over de nog niet verstreken maanden van de lopende termijn betaalde rechten op aanvraag van de belastingplichtige verrekend met de verschuldigde rechten over die maanden voor het vervangende vaartuig, met dien verstande dat, indien de laatstgenoemde rechten lager zijn dan het betaalde, teruggaaf van het verschil niet plaatsvindt. 3.. Het na toepassing van de in het vorige lid bedoelde verrekening verschuldigde bedrag moet worden betaald door middel van een gedagtekende nota of andere schriftuur, waarin het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

Rechtspraak bij dit artikel