In deze verordening wordt verstaan onder:
markt: de door het college ingestelde warenmarkt;
marktterrein: een door het college aangewezen gedeelte van de
gemeente, welk gedeelte gedurende door het college te bepalen
tijdstip is bestemd voor het houden van een markt;
standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is
aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel;
vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter
beschikking is gesteld aan een vergunninghouder;
dagplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt
gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste
standplaats is toegewezen dan wel ingenomen;
vergunninghouder: degene aan wie door het college vergunning is
verleend voor het innemen van een standplaats;
marktmeester: de persoon die als zodanig is aangewezen door het
college;
branche: een door het college te bepalen soort of assortiment
van waren en goederen.