In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990
moeten aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de
eerste vervalt op de laatste dag volgend op de maand die in de
dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de laatste één maand
later.
In afwijking van het tweede lid geldt, in geval het totaalbedrag van
de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minder is dan € 3500 en
zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische
betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten
worden betaald in acht gelijk termijnen. De eerste termijn vervalt
één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de
volgende termijnen telkens een maand later.
Ten aanzien van de wijze van heffing als bedoeld in artikel 5, tweede
lid:
indien de kennisgeving
mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de
kennisgeving;
schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van
de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan,
binnen acht dagen na de dagtekening van de
kennisgeving.
De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in
het voorgaande leden gestelde termijnen.