**1..** Voor de toepassing van deze Regeling wordt verstaan onder:
Beleidsdoelen: aanleg van groene daken en of verticaal groen, teneinde een financiële bijdrage te leveren aan het voorkomen van wateroverlast in het bebouwde gebied, het reduceren van CO2 door energiebesparing, het binden van fijnstof, het tegengaan van de opwarming van de stad en het verhogen van de biodiversiteit.
Verticaal groen: niet-grondgebonden groen tegen de gevel grenzend aan de openbare weg waarbij een watergeefsystemen zoals druppelbevloeiing nodig is.
Openbare weg: de openbare weg als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994.
Groene daken: een begroeid dak ten minste bestaand uit een wortelwerende-, een drainage-, een substraat en een vegetatielaag.
Dakconstructie: samenstelling van balken (hout of staal), regels en bebording die sterk genoeg is om de dakbedekking van een gebouw of woning te dragen en de wind-/, regen-/ en sneeuwbelasting op te vangen. De dakconstructie moet zodanig zijn dat deze beloopbaar is voor onderhoud en inspectie.
Extensief groendak: een groendak waarvan de begroeiingen zich grotendeels zelf in stand houden en verder ontwikkelen en beperkt is tot mossen, vetplanten, kruiden en grassen. Het gewicht van deze daken is relatief gering, 20 tot 200 kg/m2, waardoor ze vaak geen aanpaste dakconstructie vergen en ook op bestaande gebouwen of woningen aangelegd kunnen worden.
Intensief groendak: intensieve groene daken zijn - in de meest uitgebreide vorm - vergelijkbaar met wat tuinen op de grond zijn. De begroeiing bestaat meestal voor een groot deel uit grassen met daarnaast ook kruiden, struiken en eventueel bomen. Naast een begroeiing kunnen ook andere elementen zoals paden, terrassen en eventueel zelfs een vijver aanwezig zijn. Zowel qua uitzicht, gebruik als onderhoud zijn deze groene daken min of meer vergelijkbaar met gewone tuinen. Een dergelijk dak weegt al gauw 300 tot zelfs meer dan 1500 kg/m2 en vergt een aangepaste dragende constructie.
Voorzieningen: onderdelen die bestemd zijn voor de aanleg en instandhouding van het begroeide deel van het groene dak, ten minste bestaande uit de onderdelen zoals benoemt onder lid d.
Eigenaar van een pand: onder eigenaar wordt mede verstaan: degene die het recht van erfpacht heeft en houder van het recht van opstal.
Organisatie: natuurlijke personen en rechtspersoon zonder winstoogmerk.
Groenvoorziening: een groendak of vertikaal groen.
**2..** Onder de kosten van de voorzieningen worden begrepen: de kosten die ter zake worden gemaakt van:
de aanneemsom;
de ontwerpkosten;
de verschuldigde en niet verrekenbare omzetbelasting.
Artikel 1
Begrippenlijst
Onderdeel van Regeling stimulering groene daken en gevels Capelle aan den IJssel 2012