Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.2.

Artikel 6

Artikel 6

Onderdeel van VERORDENING BESTUURSCOMMISSIE OPENBAAR BASISONDERWIJS GEMEENTE OMMEN

1.. De leden van de commissie hebben zitting voor een periode van vier jaren. 2.. De leden van de commissie treden af volgens een door de commissie vast te stellen rooster van aftreden. 3.. Het rooster van aftreden als bedoeld in lid 2 wordt dusdanig samengesteld, dat sprake is van een evenredig rooster van aftreden. 4.. De aftredende leden kunnen onmiddellijk worden herbenoemd. 5.. De leden hebben zitting in de commissie zonder last of ruggespraak. 6.. Zodra blijkt dat een lid van de commissie één van de vereisten van het lidmaatschap niet meer bezit of dat hij handelt in strijd met het bepaalde in het tiende lid van dit artikel, wordt hij op voorstel van burgemeester en wethouders door de gemeenteraad van zijn lidmaatschap vervallen verklaard. 7.. De commissie kan de gemeenteraad voorstellen dat een lid van de commissie, dat naar het oordeel van de commissie door handelen of nalaten in ernstige mate afbreuk doet aan het functioneren van de commissie, uit zijn functie wordt ontheven. 8.. Het college is bevoegd om een lid van de commissie, dat naar zijn oordeel door handelen of nalaten in ernstige mate afbreuk doet aan het functioneren van de commissie, te schorsen en de gemeenteraad een voorstel te doen om betrokkene uit zijn functie te ontheffen. 9.. Indien binnen 2 maanden na het besluit tot schorsing de gemeenteraad geen besluit tot ontslag heeft genomen, vervalt het schorsingsbesluit. 10.. Het lidmaatschap van de commissie is onverenigbaar met: een betrekking bij het openbaar basisonderwijs in de gemeente Ommen; een andere betrekking bij de bestuurscommissie openbaar basisonderwijs gemeente Ommen; het lidmaatschap van het bestuur van enige school voor het bijzonder onderwijs in de gemeente Ommen; het lidmaatschap van de raad van de gemeente Ommen; het lidmaatschap van de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad als bedoeld in artikel 1 lid f. 11.. De leden van de commissie mogen middellijk, noch onmiddellijk deelnemen aan leveringen ten behoeve van de openbare basisscholen, noch optreden als advocaat of adviseur in aangelegenheden, waarbij de basisscholen betrokken zijn. Zij mogen geen voordeel, hoe ook genaamd en in welke vorm ook, genieten terzake van de basisscholen, noch op grond van hun lidmaatschap van de commissie, enige gift, provisie of beloning aannemen. 12.. Het lid dat één van de in het tiende lid bedoelde handelingen verricht kan door de gemeenteraad van zijn lidmaatschap vervallen worden verklaard. Ten aanzien van de door de gemeenteraad aangewezen leden is dan het bepaalde in artikel W9, eerste t/m vierde lid van de Kieswet van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel