Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5.

Artikel 26.

Het recht op een vervoersvoorziening

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012

Dit artikel geeft aan wanneer iemand in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening. De grens van minder dan 800 meter kunnen lopen is een al jaren geaccepteerde grens om te beoordelen of iemand in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening. Oorspronkelijk was dat de afstand die in het algemeen lag tussen de eigen voordeur en een halte van een bus of tram. Door verregaande bezuinigingen in het openbaar vervoer is dit meer een algemeen geldende grens geworden. Het al dan niet aanwezig zijn van openbaar vervoer binnen 800 meter doet voor toepassing van deze verordening niet langer ter zake. Dat is een algemeen probleem op het terrein van het openbaar vervoer en geldt niet specifiek voor personen met beperkingen. Een vervoersvoorziening kan ook openstaan voor mensen die een normale loopfunctie hebben, maar op grond van persoonlijke belemmeringen geen gebruik kunnen maken van het openbaar vervoer. En voorbeeld daarvan is de groep mensen met een zintuiglijke of geestelijke handicap die niet zelfstandig of onder begeleiding kunnen reizen.

Rechtspraak bij dit artikel