Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 9.

Primaat van de algemene hulp bij het huishouden.

Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning 2012

Hierin wordt geregeld onder welke basisvoorwaarden men gebruik kan maken van een algemene voorziening voor hulp bij het huishouden, indien deze in de gemeente voorhanden is. De hier omschreven situatie geldt eveneens voor de hulp in natura als de vorm van een persoonsgebonden budget. Algemeen aangeboden hulp bij het huishouden is in de vorm van een primaat in deze verordening neergelegd. Dat houdt in dat in eerste instantie wordt bezien of deze vorm van hulp bij het huishouden het probleem op adequate wijze kan oplossen. Anders gezegd: recht op hulp ontstaat slechts indien en voor zover dit niet zelf anders te regelen valt. Als de algemene voorziening onvoldoende adequaat is of niet aanwezig is, komt de individuele voorziening voor hulp bij het huishouden aan de orde. Lid 2 moet dus in samenhang met lid 1 worden gelezen. Meer dan bij de Wvg-voorzieningen kan het hier ook gaan om personen die door sociale, psychische, psychologische of psychiatrische problemen niet in staat zijn om een huishouden te voeren. De doelgroep is breder dan onder de Wvg waar het veelal ging om personen met een lichamelijke beperking. Dit is terug te vinden in de definitiebepalingen van de Wmo en de daarvan afgeleide definities in deze verordening. De individuele voorziening kan bestaan uit een voorziening in natura of een persoonsgebonden budget. Een mantelzorger die een vergoeding ontvangt om mantelzorgtaken te verrichten ter uitvoering van AWBZ-taken waarvoor een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, wordt voor toepassing van artikel 3.2.2 uitgesloten. Er is dan namelijk sprake van betaald werk en niet van mantelzorg.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel