Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1.3

Artikel 10

Belastbaar feit

Onderdeel van Verordening Reinigingsheffingen 2013

In dit artikel is het belastbare feit met betrekking tot de Reinigingsrechten omschreven. De Reinigingsrechten hebben betrekking op het genot van door of vanwege de gemeente verstrekte diensten en voor het gebruik overeenkomstig de voor de openbare dienst bestemde gemeentebezittingen, werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. De omschrijving van het belastbare feit is gebaseerd op artikel 229, eerste lid, onderdeel a en b, van de Gemeentewet. Deze heffingen worden wel aangeduid als respectievelijk gebruiksretributies en genotsretributies. Indien een belastingplichtige aannemelijk kan maken dat hij geen gebruik maakt van de gemeentelijke inzameldienst, is hij geen Reinigingsrecht verschuldigd. Uit het arrest van de Hoge Raad van 10 december 1980, nr. 20.197, BNB 1981/18 (Oostburg) blijkt dat de belastingplichtige de verplichting heeft om aan te tonen dat hij geen gebruik maakt van de gemeentelijke inzameldienst. Voor de Reinigingsrechten die worden geheven bij de inzameling van bedrijfsafval is HR 21-02-2001, nr. 35878, BNB 2001/164 van belang. In dit arrest oordeelde de Hoge Raad dat de aanslag terecht was opgelegd ondanks het feit dat de belanghebbende zijn (bedrijfs)afval meenam naar huis. Het afval was immers niet in een huishouden ontstaan en moest om die reden als bedrijfsafval worden aangemerkt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel