Eerste lid
In het eerste lid wordt verwezen naar artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Dit is de wettelijke grondslag voor de Afvalstoffenheffing.
Tweede lid
Voor het belastbaar feit wordt onder andere verwezen naar de bij de verordening behorende tarieventabel. Omdat ingevolge artikel 217 van de Gemeentewet het voorwerp van de belasting en het tarief in de belastingverordening moeten zijn vermeld, mag er geen twijfel over bestaan dat de tarieventabel deel uitmaakt van de verordening. Vandaar dat de woorden 'daarbij behorende' zijn gebruikt. In de tarieventabel wordt dit eveneens uitdrukkelijk aangegeven. In het tweede lid is bepaald dat de Afvalstoffenheffing naar afzonderlijke grondslagen wordt geheven. Het is toegestaan naar elke grondslag afzonderlijk een aanslag op te leggen (HR 7 februari 1973, nr. 16885, BNB 1973/69). De bepaling is opgenomen met het oog op het heffen per incidentele gebeurtenis. Op basis van deze bepaling kan naast de jaarlijks verschuldigde belasting, de belasting verschuldigd per lediging worden geheven.
De heffing naar afzonderlijke grondslagen biedt ook de basis voor het opleggen van aanslagen of kennisgevingen voor incidentele dienstverlening, zoals het ter beschikking stellen van een afvalzak of het op aanvraag inzamelen van grove huishoudelijke afvalstoffen.
Voor heffing per incidentele gebeurtenis dient de verordening op een aantal punten te worden gewijzigd.
Inzamelplicht
De Afvalstoffenheffing is gebaseerd op het bepaalde in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. Tot 1 maart 1993 vond deze heffing zijn rechtsgrond in het bepaalde in artikel 61al van de Algemene wet bepalingen milieuhygiëne. Deze wet is aangevuld met een aantal andere milieuwetten, waaronder de Afvalstoffenwet, en is omgedoopt tot de Wet milieubeheer. Voor de goede orde is hierna de tekst van het bepaalde in de artikelen 10.21, 10.22 en 15.33 van de Wet milieubeheer weergegeven.
Hoofdstuk 1.2
Artikel 3
Aard van de belasting en belastbaar feit
Onderdeel van Verordening Reinigingsheffingen 2013