De gemeente staat ervoor in dat het in erfpacht uitgegeven perceel voldoet aan datgene dat de erfpachter gelet op het gebruik dan wel de bestemming redelijkerwijze mag verwachten.
Met name staat de gemeente ervoor in dat het in erfpacht uitgegeven perceel op het moment van uitgifte in erfpacht vrij is van een zodanige bodemverontreiniging die in de weg zou staan aan vorenbedoelde gebruik dan wel bestemming (zoals die geldt op het moment van de uitgifte van het perceel en met inachtneming van de op dat moment geldende regelgeving met betrekking tot bodemverontreiniging).
Wanneer vóór de overdracht zou blijken dat de bodem op het perceel niet danwel niet geheel geschikt is voor het door de erfpachter beoogde doel laat de gemeente de erfpachter de keuze tussen enerzijds het afbreken van de erfpachttransactie en anderzijds het voor rekening van de gemeente saneren van het perceel en/of het geschikt maken voor de beoogde bestemming/het beoogde gebruik van het perceel, met dien verstande dat de kosten van sanering in totaal niet meer bedragen dan 20 % van de door de gemeente gehanteerde grondwaarde voor het perceel.
Indien de kosten van sanering c.q. het geschikt maken in totaal meer bedragen dan 20% van de door de gemeente gehanteerde grondwaarde van het perceel, laat de gemeente de erfpachter de keuze tussen enerzijds ontbinding van de overeenkomst en anderzijds vermindering van de canon of de eenmalige afkoopsom van het perceel zonder dat de erfpachter daarnaast recht heeft op schadevergoeding. Erfpachter heeft dan wel de verplichting tot sanering van het perceel. In geval van ontbinding zullen reeds betaalde gedeelten van de canon of eenmalige afkoopsom (vermeerderd met eventueel verschuldigde renten en de omzetbelasting) worden gerestitueerd.
Hoofdstuk
Artikel 14
Milieukundig onderzoek
Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006