a. De uitgifte van grond in erfpacht geschiedt voor onbepaalde tijd (tenzij in de Bijzondere Bepalingen een termijn is genoemd), tegen een in geld vast te stellen jaarlijkse canon en met inachtneming van het bepaalde in deze Algemene Bepalingen.
b. Alvorens het erfpachtrecht wordt gevestigd laat de gemeente de erfpachter de keuze tussen de navolgende wijzen van vaststelling van de canon:
de canon wordt jaarlijks voldaan.
de uitgifte wordt de duur van de periode bepaald waarvoor de hoogte van de jaarlijks verschuldigde canon wordt vastgesteld. Deze periode duurt naar keuze van de gegadigde vijf, tien of dertig jaar. Jaarlijks stelt de gemeenteraad een bij deze periode behorend rentepercentage vast. De eerste keer vangt deze periode aan op de dag van vestiging van het erfpachtrecht. Wanneer de ingebruikneming van het perceel reeds vóór die dag plaatsvindt is een vergoeding aan de gemeente verschuldigd overeenkomstig artikel 10.
de erfpachter voldoet bij de vestiging van het erfpachtrecht de verschuldigde canons ineens bij vooruitbetaling door middel van een afkoopsom voor de gehele duur (als omschreven in lid a. van dit artikel) van het recht.
Hoofdstuk
Artikel 30
Duur van het erfpachtrecht en wijze van uitgifte van grond alsmede vaststelling van de canon
Onderdeel van Algemene Bepalingen voor uitgifte van onroerende zaken in erfpacht 2006