Lid 1.
Bij het verstrekken van een voorziening is een eigen bijdrage of een eigen aandeel verschuldigd ten aanzien van de volgende resultaten:
een schoon en leefbaar huis;
wonen in een geschikt huis;
beschikken over goederen voor primaire levensbehoeften;
beschikken over schone, draagbare en doelmatige kleding;
het thuis kunnen zorgen voor kinderen die tot het gezin behoren;
zich verplaatsen in, om en nabij de woning voor zover het geen rolstoel betreft;
zich lokaal verplaatsen per vervoermiddel;
de mogelijkheid om contacten te hebben met medemensen en deel te nemen aan recreatieve, maatschappelijke of religieuze activiteiten.
Lid 2.
Personen jonger dan 18 jaar zijn geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd. Voor het gebruik van rolstoelvoorzieningen is geen eigen bijdrage of eigen aandeel verschuldigd.
Lid 3.
De bedragen en het percentage die gelden voor een eigen bijdrage of eigen aandeel zijn gelijk aan de maximum bedragen zoals opgenomen in het Besluit maatschappelijke ondersteuning, Stb.2006 nr. 450, artikel 4.1, lid 1, zoals jaarlijks aangepast door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.
Lid 4.
Het college legt in het Besluit de omvang van de eigen bijdrage en het eigen aandeel vast met inachtneming van het Besluit maatschappelijke ondersteuning.
Lid 5.
Voor het overige zijn van toepassing de in het Besluit maatschappelijke ondersteuning van 2 oktober 2006 genoemde bepalingen in de artikelen 4.1 lid 3 tot en met 6, en 4.2 tot en met 4.5.
HOOFDSTUK 6. › PARAGRAAF 5.
Artikel 22.
Eigen bijdragen en eigen aandeel
Onderdeel van Verordening voorzieningen maatschappelijke ondersteuning gemeente Houten