a. markt: de door de gemeente ingestelde warenmarkt;
b. standplaats: de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het
uitoefenen van de markthandel;
c. vaste standplaats: de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld
aan een vergunninghouder;
d. standwerkerplaats: de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld
om te standwerken.
e. kwartaal: tijdvak van 13 weken
f. jaar: kalenderjaar
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van marktgeld 2013