1. Alle begrippen die in deze verordening gebruikt worden en die niet
nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en
bijstand (WWB) en de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2. Deze verordening verstaat onder:
a. wet: Wet werk en bijstand;
b. college: het college van burgemeester en wethouders van
Barneveld;
c. belanghebbende: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is
betrokken;
d. uitkeringsgerechtigde: degene die algemene bijstand ontvangt op grond
van de wet;
e. ten laste komend kind: het kind jonger dan 18 jaar voor wie de
alleenstaande ouder of gehuwde op grond van artikel 18 van de Algemene
Kinderbijslagwet kinderbijslag wordt betaald of zal worden betaald;
f. bijstand: de bijstand ter voorziening in de algemeen noodzakelijke
kosten van het bestaan en/of bijzondere bijstand;
g. bijstandsnorm: de van toepassing zijnde bijstandsnorm, bedoeld in
artikel 5 onderdeel c van de wet;
h. maatschappelijke participatie: deelname aan sport of culturele
activiteiten teneinde het ontmoeten van andere mensen en het aangaan en
onderhouden van sociale verbanden mogelijk te maken en op die manier
deel te nemen aan het lokale maatschappelijke leven;
i. inkomen: het netto-inkomen; derhalve het bruto-inkomen na aftrek
van de verschuldigde loonheffing en premies ingevolge sociale
zekerheidswetten. De in artikel 31, tweede lid van de wet genoemde
vrijgelaten middelen worden voor de vaststelling van de hoogte van het
inkomen vrijgelaten.
Indien de inhoud van een begrip bij de toepassing van deze verordening
niet eenduidig blijkt te zijn, bepaalt het college de nadere invulling
of uitleg van dit begrip.