Zolang door de schooladviesdienst, waarin de gemeente krachtens gemeenschappelijke regeling deelneemt geen bedrag per leerling maar een bedrag per inwoner wordt berekend, wordt voor de bepaling van het bedrag per leerling bedoeld in artikel 4, 2e lid, de in totaal aan die dienst blijkens de begroting voor het betreffende kalenderjaar verschuldigde bijdrage gedeeld door het aantal leerlingen op 16 januari van dat jaar van alle binnen de gemeente gevestigde lagere- en kleuterscholen.