Naar hoofdinhoud

TITEL 5

Artikel 23

Drempelbedrag

Onderdeel van Verordening leerlingenvervoer gemeente Ommen 2008

1.. Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 22.050,-- wordt slechts bekostiging verstrekt voor zover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan. 2.. In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 22.050,--. 3.. De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan. 4.. Het bedrag van € 22.050,-- genoemd in het eerste en tweede lid, wordt met ingang van 1 januari 2009jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,--. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van €. 22.050,--. 5.. Indien het college aan de ouders ten behoeve van meer dan één leerling een vervoersvoorziening toekent, wordt het eerste dan wel het tweede lid op de vervoersvoorziening van één leerling toegepast. Indien ouders ingevolge artikel 14, eerste lid, dan wel artikel 19, eerste lid, met toestemming van het college zelf leerlingen vervoeren, waaronder één of meer leerlingen van andere ouders, wordt het eerste lid op de vervoersvoorziening van één leerling toegepast, met dien verstande dat elk van de ouders van wie het inkomen tezamen meer bedraagt dan € 22.050,-- naar rato van het aantal leerlingen waarvoor aan deze ouders een vervoersvoorziening is toegekend, een bijdrage betalen in de kosten van het vervoer, voor zover deze kosten van openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand niet te boven gaan. 6.. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel