Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
a.
vaartuigen
alle soorten van drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebezigd dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen en/of goederen;
b.
gezagvoerder of schipper
degene die op het vaartuig met de leiding is belast of feitelijk de leiding in handen heeft.
c.
reis
het binnenkomen en ligplaats kiezen van een vaartuig in en het weer verlaten van het gemeentelijk vaarwater.
d.
havenmeester
de havenmeester van de gemeente Almelo diens plaatsvervanger
e.
etmaal of dag
een tijdvak van 24 uren, aanvangende te 0.00 uur;
week
een tijdvak van zeven achtereenvolgende dagen;
maand
een tijdvak van dertig achtereenvolgende dagen;
kwartaal
een kalenderkwartaal;
jaar
een kalenderjaar.
f.
gemeentelijk vaarwater
het in eigendom aan de gemeente toebehorende of bij haar in onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater;
g.
kaden en loswallen
de stroken grond, gelegen tussen het gemeentelijk vaarwater en een lijn evenwijdig aan en gelegen op een afstand van 5 meter van de beschoeiing of de bovenkant van het talud;
h.
liggeld
het heffen van een recht voor het innemen van een ligplaats met een vaartuig op de aangewezen ligplaatsen binnen de gemeente
i.
Woonschip
een schip dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning wordt gebezigd of tot woning is bestemd;
j.
bedrijvenabonnement
een abonnement voor degene die op verzoek het havengeld voldoet als ontvanger of verzender van goederen die met enig vaartuig in gemeentelijk vaarwater zijn gelost of geladen;
k.
meetbrief
het document als bedoeld in artikel 782, vierde lid van het Wetboek van koophandel, juncto het besluit van 24 oktober 1983, Stb. 548 (Besluit binnenschependocument).
l.
meter
strekkende meter, gemeten over de grootste lengte
m.
pleziervaartuig
een vaartuig dat hoofdzakelijk gebruikt wordt voor de recreatie.
n.
jaarplaats
periode van 1 januari tot en met 31 december van het betreffende belastingjaar
o.
Winterplaats
periode van 1 januari tot en met 31 maart en 1 oktober tot en met 31 december van het betreffende belastingjaar
p.
Zomerplaats
periode van 1 april tot en met 30 september van het betreffende belastingjaar
Hoofdstuk
Artikel 2.
Definities
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van haven-, opslag en liggelden 2013