Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 1

Artikel 1.1

Begripsomschrijvingen

Onderdeel van Terrassenbeleid Leeuwarden

In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: Weg: de weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b, van de Wegenverkeerswet 1994, alsmede de daaraan liggende en als zodanig aangeduide parkeerterreinen; de – al dan niet met enige beperking – voor het publiek toegankelijke pleinen en open plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor vaartuigen; de voor het publiek toegankelijke stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen, die uitsluitend tot voor bewoning in gebruik zijnde ruimte toegang geven en niet afsluitbaar zijn; andere voor het publiek toegankelijke, al dan niet afsluitbare stoepen, trappen, portieken, gangen, passages en galerijen; de afsluitbare alleen gedurende de tijd dat zij niet door of vanwege degene die daartoe naar burgerlijk recht bevoegd is, zijn afgesloten. Geconcludeerd moet worden dat het begrip “weg” in de APV ruim geïnterpreteerd moet worden. Ten tweede worden de weigeringsgronden limitatief genoemd zijnde: indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan; indien het gebruik een belemmering kan worden voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; geen beslisbevoegdheid voor de burgemeester indien de Wet beheer Rijkswaterstaatwerken en het Provinciaal wegenreglement van toepassing zijn; indien naar het oordeel van de burgemeester moet worden aangenomen dat het woon- en leefklimaat in de omgeving van het horecabedrijf of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van het horecabedrijf, waarbij hij rekening houdt met het karakter van de straat en de wijk waarin het horecabedrijf is gelegen of zal zijn gelegen, de aard van het horecabedrijf en de spanning, waaraan het woonmilieu ter plaatse reeds blootstaat of bloot zal komen te staan door de exploitatie van het horecabedrijf. Bij de vaststelling van het beleid moet met deze weigeringsgronden rekening worden gehouden en moet gekeken worden of deze gronden niet moeten worden uitgebreid. Gefilosofeerd kan ook worden over de situatie waarin een terras wordt gevormd bij een niet-horecabedrijf zoals een bakker of een winkel. In dat geval zou het college op grond van artikel 2.1.5.1 APV het bevoegde orgaan zijn om hier vergunning voor te verlenen. Binnen de gemeente Leeuwarden worden dit soort vormen van horeca-activiteiten beschouwd als ondersteunende horeca. Bij deze vorm van horeca is een terras niet toegestaan, zodat een dergelijke situatie zich niet voor zal doen. Aanverwante regelgeving Besluit horeca-, sport en recreatie-inrichtingen milieubeheer Dit besluit regelt de milieu-aspecten bij horeca-, sport en recreatieinrichtingen, zoals geluid en afvalafvoer. Het Besluit heeft ook betrekking op het bij het horecabedrijf behorende terras. Bij de totstandkoming van het Besluit is geprobeerd geen aspecten te regelen die reeds in ander opzicht worden gereguleerd. Daarom is expliciet vermeld dat het Besluit voor gemeenten ruimte laat om overlast inzake openbare orde tegen te gaan, mits dit in een verordening is vastgelegd. Dit is gebeurd in de APV. De direct aan de inrichting gerelateerde vormen van verstoring van het (leef)milieu vallen ook onder het toepassingsgebied van het Besluit. In dat verband dient met name gedacht te worden aan geluidsoverlast voor omwonenden. De voorschriften van het Besluit richten zich in beginsel ook op de indirecte gevolgen, die de inrichting kan veroorzaken, voor zover deze liggen in de macht van de houder van de vergunning (bijvb. overlast bij verlaten inrichting, slingerend afval). Drank- en Horecawet In de Drank- en Horecawet, zoals die op 1 oktober 2000 inwerking is getreden, is expliciet bepaald dat een terras een onderdeel is van het horecabedrijf. Het is om deze reden dat een terras ook moet worden vermeld op de drank- en horecavergunning. Deze wijziging houdt onder andere in dat een drank- en horecavergunning ingetrokken moet worden als zich feiten en omstandigheden op het terras hebben voorgedaan die de vrees wettigen dat, indien de vergunning van kracht blijft, dit gevaar oplevert voor de openbare orde en veiligheid. 1.2Terrassen op grond van de Woningwet Voor vaste overdekte terrassen is het kader artikel 40 Woningwet. Voorts zijn bestemmingsplannen bepalend wat wel of niet kan. Voor eventuele vrijstellingen van het bestemmingsplan in de binnenstad is de Beleidsnota “Binnenstad/Nieuwestad” richtinggevend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel