Boom: Afbakening van het begrip boom is van belang in verband met het aangeven van de ondergrens van de bescherming. Een minimale diktemaat is de meest gangbare en meest heldere vorm van afbakening. Andere vormen, zoals het vrijgeven van bepaalde boomsoorten (erven, tuinen of wijken) of leeftijdscategorieën, leiden sneller tot misverstanden en vergissingen. Om dezelfde reden wordt het werken met omtrekmaten ontraden, omdat niet iedereen het verschil meteen (her)kent tussen doorsnede en omtrek.
Houtopstand: Een kernbegrip van deze verordening. Door dit begrip wordt duidelijk dat de bescherming in sommige gevallen betrekking heeft op meer dan bomen alleen.
Boomvormer: Een boomvormer is een houtig, opgaand gewas met
ontwikkeling van één of meer hoofdtakken. Een boomvormer kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een boomachtige struik. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke overgang: heester - struik - struikachtige boom - (meerstammige) boom.
Hakhout: Eén of meer bomen of boomvormers, die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen. Hakhout werd vroeger geteeld ten behoeve van de houtopbrengst (geriefhout). Na het afzetten (afzagen) liep de opstand opnieuw uit en ging dus als element niet verloren. Nog voorkomend hakhout is nu in de meeste gevallen uitgegroeid tot zwaar hout en voor het afzetten ervan bestaat nagenoeg geen economische noodzaak/belangstelling meer. De bestaande hakhoutopstanden worden door de Gemeente Margraten als waardevol landschapselement beschouwt.
Houtwal: Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit inheemse heesters, struiken en boomvormers.
(lint) Begroeiing: Vanwege de grote ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv. een meidoorn- of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat "begroeiing" in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te bieden.
Bosplantsoen: Aanplant van jong bos, bestaande uit hoofdzakelijk heesters, struiken en boomvormers.
Struweel: Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten heesters en struiken.
Heg: Een lintvormige aanplant van heesters of struiken, al dan niet in een vorm gesnoeid, met een minimale lengte van 3 meter.
Beschermde boom: Het kernbegrip van deze verordening, waarop het kapverbod en de ontheffingplicht van toepassing is. Een boom of houtopstand is beschermd indien deze is aangewezen en vastgelegd op de Kaart en is opgenomen in de bijbehorende lijst beschermde bomen.
Kaart: Een beleidskaart biedt het voordeel dat snel te zien is wat waar beschermd is.Een kaart werkt daarom efficiënter dan enkel een lijst. De bijbehorende lijst dient als nadere toelichting op de kaart. Dat betekent dat in geval van een verschil tussen kaart en lijst, de lijst geraadpleegd dient te worden om erachter te komen wat de motivering van de bescherming is en daarmee de omvang van de bescherming.
Vellen: Elke wijze van het te gronde richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandelaberen, knotten of het snoeien van meer dan 20 procent van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het in stand houden door periodieke snoei van de door kandelaberen of knotten ontstane kroonvorm is niet ontheffingplichtig. De eerste keer kandelaberen, rigoureuze vormsnoei of knotten is wel ontheffingplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen, worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens ontheffingplichtig.
Kandelaberen: is het op latere leeftijd sterk inkorten (meer dan 50% van de lengte) van de gesteltakken van een boom, waardoor er alleen nog takstompen overblijven. Kandelaberen is een maatregel waarbij de boom verminkt wordt en kan verzwakken. Kandelaberen kan een vorm van vormsnoei zijn en onderdeel vormen van een periodieke beheermaatregel om een bepaalde boomvorm te handhaven. De eerste keer kandelaberen van beschermde bomen is ontheffingsplichtig.
Knotten: is het periodiek geheel of gedeeltelijk verwijderen van uitgelopen takhout tot op de oude snoeiplaats. Een knotboom ontstaat door de boom op een bepaalde hoogte af te zagen. Knotten kan een vorm van vormsnoei zijn en onderdeel vormen van een periodieke beheermaatregel om een bepaalde boomvorm te handhaven.
Boomwaarde: De richtlijnen van de Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (www.boomtaxateur.nl) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks vastgesteld aan de hand van de prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en zijn in de rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.
Bomen effect analyse: Waardevolle houtopstanden worden regelmatig (ernstig) beschadigdof vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en leidingen. Vaak gebeurt dit ongewenst en onbedoeld, omdat er te laat is gekeken naar de gevolgen voor de bomen, waardoor ze niet ingepast of (onherstelbaar) beschadigd raken. De bomen effect analyse (BEA) is de landelijke richtlijn van de Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw of aanleg.