Het college beslist afwijzend op een aanvraag voor een woonvoorziening, indien:
deze betrekking heeft op het treffen van voorzieningen aan en of in hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantiewoningen, recreatiewoningen, kamerverhuur en specifiek op gehandicapten en ouderen gerichte woongebouwen alsmede ook AWBZ-instellingen voor wat voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft of voorzieningen die bij nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen worden;
de noodzaak tot het treffen van de woonvoorziening het gevolg is van een verhuizing waartoe op grond van belemmeringen bij het normale gebruik van de woning, ten behoeve van het behouden en het bevorderen van het zelfstandig functioneren of de deelname aan het maatschappelijk verkeer, geen aanleiding bestond en er geen andere belangrijke reden aanwezig is, uitgezonderd in het geval dat er sprake was van een verandering van de leefsituatie;
de persoon met beperkingen niet verhuist naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment beschikbare meest geschikte woning, tenzij het college daarvoor tevoren schriftelijk toestemming heeft verleend;
deze betrekking heeft op voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten anders dan automatische deuropeners, hellingbanen en extra trapleuningen, het verbreden van toegangsdeuren en een opstelplaats voor een rolstoel bij de toegangsdeur van het woongebouw.
HOOFDSTUK 8
Artikel 8.8
Weigeringsgronden ten behoeve van woonvoorzieningen
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2013