Een persoon met beperkingen kan voor de in artikel 9.2, aanhef en onder b, c en d vermelde voorziening in aanmerking worden gebracht wanneer:
voor het behouden en het bevorderen van het zelfstandig functioneren of deelname aan het maatschappelijk verkeer, het gebruik van een algemene voorziening als bedoeld in artikel 9.2, aanhef en onder a, onmogelijk maken dan wel
een algemene voorziening als bedoeld in artikel 9.2, aanhef en onder a, in de gemeente Westland niet aanwezig is;
een algemene voorziening niet voldoende compenserend is voor het vervoer op de korte afstand en in aanvulling op het collectief systeem als bedoeld in artikel 9.2, aanhef en onder b, een individuele voorziening noodzakelijk is.
HOOFDSTUK 9
Artikel 9.3
Het primaat van het collectief vervoer
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Westland 2013