Naar hoofdinhoud
1.. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder vormingsonderwijs verstaan een niet op godsdienstige grondslag gebaseerde vorming waarmee wordt beoogd de leerlingen: respect voor andere opvattingen, geloofs- en levensovertuigingen bij te brengen; met vragen over mens en wereld, menselijke vermogens, vrijheden en verantwoordelijkheden in aanraking te brengen.

Rechtspraak bij dit artikel