Om voor subsidie in aanmerking te kunnen komen moet uiterlijk voor 1
februari van het jaar volgende op het jaar waarop de subsidie betrekking
heeft door de in artikel 1 genoemde instantie een aanvraag om subsidie te
worden ingediend. In de aanvraag wordt in ieder geval vermeld:
de naam van de leraar (leraren), belast geweest met het geven van
godsdienst- of vormingsonderwijs;
de lesuren welke werden gegeven;
het aantal groepen, subgroepen of gecombineerde groepen;
de aantallen leerlingen die per groep de les hebben bijgewoond.
Deze gegevens worden voor de inzending door de directeur van de betreffende
onderwijsinstelling gewaarmerkt.
Artikel 9
Artikel 9
Onderdeel van Verordening subsidiëring godsdienst- en humanistisch vormingsonderwijs 2000