Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
W.P.O.:
Wet op het Primair Onderwijs.
godsdienstonderwijs:
het onderwijs in kennis, godsdienstgeschiedenis en
cultuurgeschiedenis van een in de Nederlandse samenleving
voorkomende godsdienst, overeenkomstig het bepaalde in artikel 50
van de W.P.O.
levensbeschouwelijk vormingsonderwijs:
het onderwijs op het gebied van geestelijke en zedelijke vorming,
dat niet godsdienstig is gefundeerd, doch overeenstemt met een in
Nederland voorkomende levensbeschouwing, overeenkomstig het bepaalde
in artikel 50 van de W.P.O. Het vormingsonderwijs beoogt de
leerlingen:
respect bij te brengen voor andere opvattingen, geloofs- en
levensovertuigingen;
in aanraking te brengen met vragen over mens en wereld,
normen en waarden, vrijheden en verantwoordelijkheden.
G.V.O.:
godsdienstonderwijs en/of levensbeschouwelijk
vormingsonderwijs.
instelling:
één der navolgende instanties die G.V.O. geeft op één of meer
openbare basisscholen in de gemeente Ommen:
een kerkelijke gemeente;
een plaatselijke kerk;
een rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid als
bedoeld in artikel 51 van de W.P.O., die zich blijkens de
statuten het geven van G.V.O. ten doel stelt.
leraar:
de persoon, aangewezen door een instelling om op een openbare
basisschool G.V.O. te geven.
school:
een zelfstandige onderwijsinstelling of nevenvestiging van een
onderwijsinstelling voor basisonderwijs, gevestigd op het
grondgebied van de gemeente Ommen.
Artikel 1:
Begripsomschrijving
Onderdeel van Subsidieverordening godsdienstonderwijs en levensbeschouwelijk vormingsonderwijs in het openbaar onderwijs gemeente Ommen