Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het college hem opzijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe, indien de schade in relatie staat tot:
de weigering van het bevoegde gezag een vergunning als bedoeld in artikel 10 te verlenen;
de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 10;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 10, derde lid;
de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 16, tweede lid, onder d;
een aanwijzing als bedoeld in artikel 17, tweede lid, tweede volzin.