Naar hoofdinhoud

Artikel 5

Maatstaf van heffing en tarief

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van precariobelasting 2013

1.. De belasting wordt geheven naar de maatstaven en de tarieven die zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel, met dien verstande dat per in de tabel genoemde rubriek en afgezien van de daarbij genoemde tijdsduur, per keer minimaal € 25,00 wordt geheven. 2.. Voor de berekening van de belasting wordt: een gedeelte van de in de tabel genoemde eenheden van hoeveelheid of afmeting voor een geheel gerekend; bij geplaatste voorwerpen, zoals stutten, schoren, palen en dergelijke, elk der voorwerpen geacht een ruimte van één vierkante meter in te nemen; een open ruimte tussen zich op of boven de grond of het water bevindende voorwerpen, voorzover het dezelfde belastingplichtige betreft, geacht door die voorwerpen te zijn ingenomen. 3.. Ingeval de belasting wordt geheven naar de oppervlakte van een voorwerp, geldt als maatstaf de oppervlakte van de projectie van dat voorwerp in een horizontaal vlak. 4.. Indien op grond van deze verordening en de daarbij behorende tabel voor eenzelfde voorwerp en dergelijke meer dan één tarief zou kunnen worden toegepast, geldt het hoogste tarief. 5.. Bij het toepassen van de tarieven van rubriek 2 van de tarieventabel geldt een maximumtarief van € 10.000 per belastingjaar per bouwtraject.

Rechtspraak bij dit artikel