Naar hoofdinhoud

Artikel 13

Verbodsbepalingen en opeisbaarheid

Onderdeel van Hypotheekregeling 2008

1.. Zonder schriftelijke toestemming van burgemeester en wethouders is het de ambtenaar verboden: de woning en/of opstallen te vervreemden, te verhuren, zakelijke rechten daarop te vestigen, wijziging in de bestemming aan te brengen of de woning gedeeltelijk af te breken; de bij de woning behorende grond te verkopen, te verpachten of zakelijke rechten daarop te vestigen. 2.. Bij niet nakoming van het bepaalde in lid 1 van dit artikel kunnen burgemeester en wethouders de lening met een opzegtermijn van 3 maanden opeisen. 3.. De geldlening zal na het verstrijken van de opzegtermijn van 6 maanden na de hierna te noemen gebeurtenis opeisbaar zijn indien: de geldnemer zonder noodzaak ophoudt de woning voor eigen bewoning te gebruiken; de geldnemer in staat van faillissement wordt verklaard, de geldnemer surseance van betaling aanvraagt of onder curatele wordt gesteld of op het verbonden onroerend goed beslag wordt gelegd. 4.. De geldlening is terstond en zonder opzegging, ingebrekestelling of andere formaliteit opeisbaar wanneer het tot zekerheid van de geldlening verbonden goed wordt vervreemd, onteigend, gevorderd of verbeurd verklaard.

Rechtspraak bij dit artikel