• - Het aantal personen dat heeft overnacht, wordt met betrekking tot:
  • - mobiele kampeeronderkomens, vakantieonderkomens en stacaravans op vaste jaarplaatsen, vaste seizoenplaatsen of seizoenplaatsen op 2,35;
  • - mobiele kampeeronderkomens op toeristische plaatsen bepaald op:
  • - 1o 2,4, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
  • - 2o 2,4, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
  • - 3o 2,2, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
  • - 4o 2,1, indien sprake is van een maandarrangement;
  • - 5o 2,1, indien sprake is van een winterarrangement.
  • - Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht, wordt:
    • - in geval van het eerste lid, sub a, bepaald op: 52;
    • - in geval van het eerste lid, sub d, bepaald op:
  • - 1o 29, indien sprake is van een voorseizoenarrangement;
  • - 2o 39, indien sprake is van een verlengd voorseizoenarrangement;
  • - 3o 14, indien sprake is van een naseizoenarrangement;
  • - 4o 12, indien sprake is van een maandarrangement;
  • - 4o 16, indien sprake is van een winterarrangement.