Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 3.5.2.

Artikel 3.5.2.

Onderdeel van CAR/UWO

Lokaal is de afspraak gemaakt dat de basisvergoeding op brugdagen en lokale feestdagen gelijk wordt gesteld met een zondag. De reden hiervoor is dat de medewerker wordt beperkt in zijn bewegingsvrijheid tijdens deze verlofdagen en daarom een vergoeding krijgt van 10% per uur. De medewerker die wordt ingeroosterd om reguliere werkzaamheden te verrichten op een brugdag of lokale feestdag krijgt de normale vergoeding van 5%. Deze medewerker weet immers van te voren dat hij werkzaamheden moet verrichten en zit niet thuis te wachten tot hij eventueel wordt opgeroepen. Bij de berekening van de basisvergoeding worden de reguliere werkuren (36 uur voor de binnendienst en 36 plus 4 uur compensatieverlof= 40 uur voor de buitendienst) buiten beschouwing gelaten. Over de overige uren van de week wordt een vaste toelage berekend en uitbetaald. Alleen medewerkers met bijzondere werktijden (artikel 4:3 CAR-UWO) kunnen nog aanspraak maken op een overwerkvergoeding (artikel 3:18 CAR-UWO). Medewerkers die vallen onder standaard regeling werktijden (=regelruimte) die tijdens hun wachtdienst worden opgeroepen ontvangen een oproepvergoeding op basis van de (buitendagvenstertoelage) (artikel 3:12 CAR). In artikel 3:13 is opgenomen:De ambtenaar die valt onder de standaardregeling en die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, heeft over de uren buiten het dagvenster dat hij daadwerkelijk arbeid verricht recht op een (buitendagvenstertoelage). Artikel 4:2 CAR bevat de reikwijdte van het dagvenster: maandag tot en met vrijdag tussen 7:00 en 22:00 uur. Dit betekent dat alleen werkzaamheden buiten het dagvenster voor een extra vergoeding in aanmerking komen. Buiten het dagvenster vallen:Maandag tot en met vrijdag vóór 07:00 of na 22:00 uur (vergoeding 50%) Zaterdag (vergoeding 75%) Zondag (vergoeding 100%). Wanneer de medewerker als gevolg van een melding werkzaamheden moet gaan verrichten, dan ontvangt hij daarvoor een oproepvergoeding. De tijd hiervoor gaat lopen vanaf het moment dat hij zich vanaf zijn woonadres naar de plaats van tewerkstelling, de gemeentewerf of het gemeentehuis begeeft en stopt op het moment dat hij weer thuiskomt.Deze oproepvergoeding bestaat uit: verlof gelijk aan het aantal volle uren van het overwerk; en een toeslagpercentage. De medewerker heeft de keuze uit opname of uitbetaling van het onder één genoemde verlof. Opname hiervan dient hij op een zo vroeg mogelijk tijdstip (binnen twee weken na afloop van de beschikbaarheidsdienst te doen. In afwijking hiervan kan de leidinggevende bij bijzondere omstandigheden bepalen dat de medewerker, wanneer bijvoorbeeld de uren van de consignatiedienst overlopen in de uren van het reguliere werkrooster (zoals het geval kan zijn bij gladheidsbestrijding), de vergoeding in verlof moet worden verstrekt en dat dit verlof direct aansluitend opgenomen dient te worden. Concreet betekent dit dat de medewerker na b.v. acht uur werken (consignatie-uren en normale werkuren tezamen) naar huis gaat (arbeidstijdenwet). Ook wanneer uit dienstbelang het verlof niet kan worden opgenomen, bijvoorbeeld omdat anders een opeenhoping van verlofuren gaat ontstaan, zullen deze uren worden uitbetaald. Voor de uitbetaling van de bovengenoemde oproepuren, alsmede voor het toeslagpercentage, is het bepaalde in artikel 3:18 van de CAR/UWO van toepassing. Hierbij is voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding van belang op welke dag en/of op welk tijdstip is gewerkt. Wanneer de medewerker moet werken op een door de gemeentesecretaris als brug of lokale feestdag aangewezen dag, dan wordt de hoogte van de oproepvergoeding vastgesteld aan de hand van de overwerkvergoeding die normaal gesproken voor deze dag wordt uitbetaald overeenkomstig onderscheidenlijk een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Zo wordt voor de hoogte van bijvoorbeeld de vergoeding (inclusief het toeslagpercentage) voor het werken op de vrijdag na Hemelvaartsdag aangesloten bij hetgeen in de CAR/UWO is geregeld ten aanzien van een reguliere vrijdag. Voor de uitbetaling van de bovengenoemde oproepuren, alsmede voor het toeslagpercentage, is het bepaalde in artikel 3:18 van de CAR/UWO van toepassing. Hierbij is voor de bepaling van de hoogte van de vergoeding van belang op welke dag en/of op welk tijdstip is gewerkt. Wanneer de medewerker moet werken op een brugdag, een (verplichte) verlofdag voor de buitendienst of een lokale feestdag, dan wordt de hoogte van de oproepvergoeding vastgesteld aan de hand van de overwerkvergoeding die normaal gesproken voor deze dag wordt uitbetaald overeenkomstig onderscheidenlijk een maandag, dinsdag, woensdag, donderdag of vrijdag. Zo wordt voor de hoogte van bijvoorbeeld de vergoeding (inclusief het toeslagpercentage) voor het werken op de vrijdag na Hemelvaartsdag aangesloten bij hetgeen in de CAR/UWO is geregeld ten aanzien van een reguliere vrijdag. de medewerker kan ontheven worden van deelname aan de wachtdienst als het (aantoonbaar) medisch niet mogelijk is / verantwoord is. Medewerkers uit het team Onderhoud en Toezicht of met de functie van opzichter en toezichthouder worden vaker én langduriger opgeroepen tijdens hun beschikbaarheidsdienst als medewerkers met de functie van bode. Denk hierbij o.a. in de wintermaanden aan de gladheidsbestrijding. De praktijk en de ervaring leert dat naar mate de leeftijd hoger wordt in combinatie met veelvuldig onderbreken van de nachtrust tijdens een dienst, dit een zwaardere belasting is voor de medewerker. Vandaar de leeftijdsgrens van 62 jaar. Hieronder valt bijvoorbeeld de medewerker die door omstandigheden (bv overlijden partner) alleen de zorg heeft over zijn minderjarige kinderen. Co-ouderschap etc. valt hier dus niet onder.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel