Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.1

Regels rond verstrekking en verantwoording

Onderdeel van Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2013

1.. Een persoonsgebonden budget kan alleen worden toegekend indien een individuele aanvraag is geïndiceerd. Verstrekking van een toegekende individuele voorziening in de vorm van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de aanvrager. 2.. Verstrekking als persoonsgebonden budget vindt niet plaats indien: op grond van aanwijzingen die tijdens het onderzoek duidelijk zijn geworden, het ernstige vermoeden bestaat dat de aanvrager problemen zal hebben bij het omgaan met een persoonsgebonden budget; er een algemene Wmo-voorziening als bedoeld in artikel 1, lid 2 van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Doetinchem 2012 beschikbaar en passend wordt geacht, zoals bijvoorbeeld een collectief vervoerssysteem. 3.. De periode waarvoor een persoonsgebonden budget (voor aanschaf en onderhoud) voor een individuele voorziening tenminste wordt toegekend, bedraagt voor: Een scootmobiel: zeven jaar; Een rolstoel: vijf of zeven jaar, afhankelijk van het type voorziening; Een tillift: vijf jaar; Een badlift: vijf jaar; Douche- en toilethulpmiddelen: vijf jaar. 5.. Een sportrolstoel wordt uitsluitend verstrekt als een forfaitair bedrag. Dit bedrag bedraagt maximaal € 2.431,-- welk bedrag bedoeld is als tegemoetkoming in aanschaf en onderhoud van een sportrolstoel voor een periode van drie jaar. 6.. De verantwoording van een persoonsgebonden budget door de budgethouder aan het college vindt steeksproefsgewijs plaats, na afloop van de verstrekking dan wel na afloop van enig kalenderjaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel