Het raadslid van wie de arbeidsverhouding als gevolg van artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan op aanvraag deelnemen
aan de voor het gemeentelijk personeel geldende
spaarloonregeling.
Het raadslid van wie de arbeidsverhouding als gevolg van artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
als dienstbetrekking wordt aangemerkt kan deelnemen aan de
levensloopregeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting
1964.
Deelname aan de spaarloonregeling is niet mogelijk indien het
raadslid gebruik maakt van de wettelijke
levensloopregeling.
Het raadslid ontvangt, gelet op het bepaalde in artikel 99 van de Gemeentewet, géén
werkgeversbijdrage ten behoeve van levensloop dan wel spaarloon
van de gemeente.
Hoofdstuk
Artikel 10
Spaarloonregeling/levensloopregeling
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden gemeente Uithoorn, 2007