De vergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap
verbonden kosten is gelijk aan het bedrag voor gemeenteklasse
24.001-30.000, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit
raads- en commissieleden.
Ten aanzien van een raadslid van wie de arbeidsverhouding als
gevolg van artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de
loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet
als dienstbetrekking wordt aangemerkt, is in afwijking van het
eerste lid de onkostenvergoeding gelijk aan het bedrag voor
gemeenteklasse 24.001-30.000, vermeld in tabel III van het
Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
Hoofdstuk
Artikel 3
Onkostenvergoeding
Onderdeel van Verordening rechtspositie raadsleden gemeente Uithoorn, 2007