**1..** In de Kadernotitie Arbeidsparticipatie zoals bedoeld in artikel 3 van deze verordening wordt vastgelegd welke voorzieningen het college in ieder geval kan aanbieden, alsmede de voorwaarden die daarbij gelden voor zover daarover in deze verordening geen nadere bepalingen zijn opgenomen.
**2..** In het geval een voorziening wordt aangeboden in de vorm van een bijdrage in de loonkosten, gelden de voorwaarden zoals opgenomen in de beleidsaanbeveling “Subsidiëring arbeidsplaatsen in het kader van reïntegratie werkzoekenden” zoals in bijlage 6 bijgevoegd bij de Verzamelbrief van 7 april 2004 van de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid. De integrale tekst van deze beleidsaanbeveling is opgenomen in bijlage A bij deze verordening.
**3..** Het college kan, in aanvulling op de verplichtingen die voortvloeien uit de wet en deze verordening, aan een voorziening nadere verplichtingen verbinden.
**4..** Het college kan een voorziening beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn verplichtingen als bedoeld in de artikelen 9 en 17 van de wet, artikelen 13 en 37 van de IOAW, artikelen 13 en 37 van de IOAZ of het tweede lid niet nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van deze voorziening;
indien naar het oordeel van het college de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle arbeidsinschakeling;
indien de persoon die deelneemt niet naar behoren gebruik maakt van de aangeboden voorziening.
**5..** Het college kan met betrekking tot de voorzieningen, zoals opgenomen in de Kadernotitie Arbeidsparticipatie als bedoeld in artikel 3 van deze verordening en met inachtneming van hetgeen daarover in deze kadernotitie is bepaald, beleidsregels vaststellen.
Hoofdstuk 3
Artikel 6
- Algemene bepalingen over voorzieningen
Onderdeel van Verordening Arbeidsparticipatie WWB, IOAW en IOAZ