Naar hoofdinhoud

Artikel 4

Heffingsmaatstaf en belastingtarief

Onderdeel van Verordening baatbelasting riolering buitengebied 1e fase gebied Hoogengraven 1998

1.. De belasting bedraagt per onroerende zaak € 1.905,88. 2.. Indien op de onroerende zaak ingevolge het bestemmingsplan (mede) een bestemming "agrarische doeleinden" (= agrarische bedrijven) rust, wordt de belasting als bedoeld in het eerste lid verhoogd met € 1.905,88. 3.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de onroerende zaak waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) de bestemming "recreatieve doeleinden -ZT" (= zomerhuizenterrein) rust en waarvan de op de onroerende zaak aangelegde riolering, niet-zijnde de huisaansluiting, ingevolge artikel 2, derde lid van de verordening niet door de gemeente is aangelegd en wordt onderhouden, per onroerende zaak € 224,62. 4.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de onroerende zaak waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) een bestemming "doeleinden van detailhandel, horecavoorzieningen" (= detailhandel en horeca) rust, de uitkomst van de volgende formule: HW x € 11,44 waarin, HW = (herleid) waterverbruik over het jaar 1992; 5.. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid bedraagt de belasting voor de onroerende zaak waarop ingevolge het bestemmingsplan (mede) de bestemming "recreatieve doeleinden -KC" (= kampeer- en caravanterrein) rust de uitkomst van de volgende formule: V x € 37,74 waarin: V = de maximum toegelaten capaciteit aan overnachtingen in kampeermiddelen voor de onroerende zaak, zoals vermeld op de op 1 januari 1995 van kracht zijnde vergunning/vrijstelling ingevolge de Kampeerwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel