Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 12

Zeer ernstige misdragingen

Onderdeel van Afstemmingsverordening socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013

Indien een belanghebbende zich zeer ernstig misdraagt tegenover het college of zijn ambtenaren en medewerkers, onder omstandigheden die verband houden met de uitvoering van de WWB, de IOAW of de IOAZ, als bedoeld in artikel 18, tweede lid van de WWB, artikel 20, tweede lid van de IOAW of artikel 20, eerste lid van de IOAZ, wordt de uitkering verlaagd. De verlaging wordt in geval van een zeer ernstige misdraging in de vorm van niet fysiek geweld, waaronder begrepen verbaal geweld, discriminatie of intimidatie, vastgesteld op 50% van de bijstandsnorm gedurende één maand. De verlaging wordt in geval van een zeer ernstige misdraging in de vorm van zaakgericht fysiek geweld of mensgericht fysiek geweld, vastgesteld op 100% van de bijstandsnorm gedurende één maand. Van een zeer ernstige misdraging in de zin van artikel 18, tweede lid van de WWB, artikel 20, tweede lid van de IOAW of artikel 20, eerste lid van de IOAZ, kan alleen sprake zijn als verwijtbaarheid is vastgesteld én dit gedrag in het normale menselijke verkeer onacceptabel is. De directe en indirecte nadelige financiële gevolgen van de gedragingen, als bedoeld in het tweede en derde lid, worden op belanghebbende verhaald. Van het opleggen van de verlaging bedoeld in het eerste lid kan, indien alleen sprake is van verbaal geweld, worden afgezien en worden volstaan met het geven van een schriftelijke waarschuwing, tenzij het verbale geweld plaatsvindt binnen een periode van twee jaar te rekenen vanaf de datum waarop eerder aan de belanghebbende een schriftelijke waarschuwing in verband met ernstige misdragingen is gegeven.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel