Het college verlaagt de uitkering overeenkomstig deze verordening, als de belanghebbende, voorafgaand aan of tijdens de bijstandsverlening, naar het oordeel van het college, de verplichtingen die voortvloeien uit de WWB, respectievelijk het Bbz, de IOAW en de IOAZ niet of onvoldoende nakomt, waaronder begrepen het zich jegens het college zeer ernstig misdragen, dan wel indien de belanghebbende naar het oordeel van het college tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan.
Een verlaging wordt afgestemd op:
De ernst van de gedraging;
de mate waarin de belanghebbende de gedraging kan worden verweten en
de omstandigheden waarin belanghebbende verkeert.
Hoofdstuk
Artikel 2
Verlagen van de uitkering
Onderdeel van Afstemmingsverordening socialezekerheidswetten Stadskanaal 2013