Geen haven- en/ of kadegeld wordt geheven voor het gebruik maken van de
haven en/ of kade ten behoeve van:
rijksvaartuigen, uitsluitend bestemd voor de openbare
dienst;
gemeentevaartuigen;
hospitaalschepen;
vaartuigen, waarvan de schippers ten genoegen van de
havenmeester aantonen dat zij wegens ernstige
familieomstandigheden of om redenen van overmacht van de haven
en/ of kade gebruik moeten maken, mits er niet geladen en/ of
gelost wordt;
vrachtschepen, welke aanleggen tot het doen van inkopen van
levensmiddelen, mits dit niet langer duurt dan drie uur en er
gedurende die tijd niet geladen en/ of gelost wordt;
vrachtschepen, welke op zaterdag na 12.00 uur aankomen en op
maandag vóór 10.00 uur vertrekken zonder te hebben geladen en/
of gelost;
vaartuigen die door ijsgang hun reis niet kunnen vervolgen, mits
er niet wordt geladen en/ of gelost. De ijsgang wordt gerekend
aan te vangen met de dag waarop van rijkswege de boeien worden
weggenomen en op te houden met de dag waarop de boeien worden
herplaatst;
pleziervaartuigen, indien slechts éénmaal en gedurende ten
hoogste twaalf achtereenvolgende uren binnen het tijdsverloop
van zeven achtereenvolgende dagen van de haven en/ of kade
gebruik gemaakt wordt.
HOOFDSTUK II
Artikel 9
Vrijstellingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van Scheepvaartrechten 2014