Het netto-inkomen van de aanvrager ter vaststelling van de toegang tot CVV voor de doelgroepen 65+ en overig, of voor de vaststelling van het algemeen gebruikelijk zijn van voorzieningen in relatie tot het inkomen, wordt als volgt vastgesteld:
**1..** Uitgangspunt voor het berekenen van het inkomen is de loon- of uitkeringspecificatie over de betaalperiode direct voorafgaande aan de datum van de aanvraag (exclusief vakantiegeld).
**2..** Vervolgens wordt het jaarinkomen berekend, waarbij rekening wordt gehouden met de periode waarover het salaris wordt uitbetaald:
salaris per maand x 12
salaris per week x 52
salaris per vier weken x 13
salaris per kwartaal x 4
salaris per dag x 260
Als er sprake is van een wisselend inkomen dan moet een redelijke termijn in acht worden genomen waarover het netto inkomen kan worden vastgesteld.
**3..** Het jaarinkomen van een zelfstandig ondernemer wordt bepaald aan de hand van de boekhouding over de laatste 3 boekjaren, tenzij dit inkomen geen juiste weergave biedt van het besteedbaar inkomen in het jaar waarin de aanvraag op grond van de verordening wordt ingediend.
**4..** Is er sprake van aanvullende bijstand dan wordt uitgegaan van de bijstandsnorm omdat bij de
berekening van de bijstand al rekening wordt gehouden met alle mogelijke inkomsten en kosten.
**5..** Bij de vaststelling van het netto-inkomen wordt de rente uit vermogen als inkomen in
aanmerking genomen. Hierbij wordt het vermogen zoals bedoeld in artikel 34 lid 3 WWB (Wet Werk en Bijstand) buiten beschouwing gelaten. Van dit inkomen uit vermogen wordt de eventueel verschuldigde vermogens-rendementsheffing (= 1,2% van het totale vermogen) afgetrokken.
**6..** Indien sprake is van een minderjarige aanvrager moet worden uitgegaan van het inkomen van de ouders. De berekening zoals hierboven beschreven wordt dan gehanteerd.
Hoofdstuk 1
Artikel 2
Inkomensberekening in verband met vaststelling inkomen
Onderdeel van Besluit voorzieningen maatschappelijke ondersteuning Gemert-Bakel 2012