De raad stelt in ieder geval bij aanvang van een nieuwe
raadsperiode een programma-indeling vast.
De raad steltper programma vast:
de beoogde maatschappelijke effecten;
de te leveren goederen en diensten;
de baten en lasten.
Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen
van gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
doeltreffendheid van het beleid, zoals vastgesteld door de
raad kunnen worden getoetst.
Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de
begroting wordt van de nieuwe investeringen per investering
het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van
de lopende investeringen het geautoriseerde
investeringskrediet en de raming van de uitputting van het
krediet in het lopende boekjaar weergegeven.
In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting
van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele
raming van de totale uitgaven weergegeven
Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
verantwoording van de programmabegroting.
Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
programma’s. In de verantwoording geeft het college
aan:
wat is bereikt;
welke goederen en diensten zijn geleverd;
wat de kosten zijn;
hoe de resultaten zich verhouden tot de in de
begroting gestelde doelen.
Met inachtneming van het bepaalde in artikel 212 van de
Gemeentewet gelden voor de verplichte paragrafen behorende
bij de begroting en de jaarrekening de minimum vereisten,
zoals deze in de overeenkomstige paragraaf van het Besluit
begroting en verantwoording provincies en gemeenten zijn
(BBV) opgenomen.
Paragraaf 2.
Artikel 2.
Inrichting begroting en jaarstukken
Onderdeel van Financiële verordening ex artikel 212 Gemeentewet