Voor de toepassing van deze afdeling wordt verstaan onder:
de wet: de Wet op de kansspelen;
speelautomaat: een toestel als bedoeld in artikel 30, onder a, van de wet;
behendigheidsautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder b, van de wet;
kansspelautomaat: een speelautomaat als bedoeld in artikel 30, onder c, van de wet;
hoogdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder d, van de wet;
laagdrempelige inrichting: een inrichting als bedoeld in artikel 30, onder e, van de wet;
speelautomatenhal: een inrichting, als bedoeld in artikel 30c, eerste lid, onder c, van de wet;
exploitant: de natuurlijke persoon of rechtspersoon die de speelautomatenhal exploiteert.
leidinggevende: degene die is belast met de onmiddellijke of algemene leiding van de speelautomatenhal.
HOOFDSTUK 2 › AFDELING 10
Artikel 2:47
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Algemene Plaatselijke Verordening Hulst 2009